Waarneming & interpretatie

“Ik ben ervan overtuigd dat er zonder speculatie geen goede en originele observatie mogelijk is”
(Charles Darwin, Engels bioloog, geoloog, theoloog, 1809-1882)

“Wetenschap gaat in tegen de tirannie van het gezond verstand”
(Galileo Galilei, Italiaans natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof, 1564- 1642)

Observatie en interpretatie staan centraal bij het opbouwen van wetenschappelijke kennis. Beide gedragingen zijn echter verschillend. Bij het observeren wordt de wereld beschreven op basis van onze zintuigen (of meetinstrumenten).

Bij het interpreteren wordt er betekenis aan deze waarneming gegeven. Dit interpreteren gebeurt ten minste voor een deel op basis van reeds bestaande ruimere theoretische kaders.

De waarneming dat nakomelingen gelijkaardige gedragingen stellen als voorouders kan men ofwel interpreteren als een kwestie van opvoeding, ofwel als een kwestie van genetica. Eénzelfde waarneming kan anders worden geïnterpreteerd, het theoretische kader en verdere bevindingen geven zin aan de waarneming.

Op basis van een waarneming van de lichaamsbouw van een vogel en de bouw van zijn snavel kan men afleiden waarmee de vogel zich voedt en in welk soort biotoop hij leeft. Bij het ‘waarnemen’ beschrijf je enkel de bouw. Vb. een fijne snavel,… staart van de vogel in V-vorm,  vleugels eindigen scherp in een punt,…. Bij het ‘interpreteren’ ga je dan proberen afleiden wat je waarneemt. Nl. de vogel is een insecteneter. De gestroomlijnde bouw zorgt ervoor dat hij goed door de lucht kan manoeuvreren om insecten te vangen ….